De kronieken van liefde, lust en afzien – Suzy – 8

Tureluurster/ april 3, 2025/ Geen categorie/ 0 commentaren

Ook de wissel van 23 naar 24 vierden we samen. Ze zag er goed uit. Een paar kilo’s erbij en heldere ogen. Ze toastte op haar pensioen dat de dag erna inging, én op de flexi job die ze had binnengehaald. ‘De toekomst lonkt, mensen.’ Haar glimlach verraadde niet het minste spoor van twijfel.
Een half jaar ging het goed – voor zover het goed kan gaan met een psychopathische made in de buurt. Suzy had last van de schutting, leed onder het gebrek aan uitzicht, loste dat op door wandelingen in het natuurgebied waar James werkte. De twee groeiden weer naar elkaar toe. Te midden van de velden en de bossen, ver weg van het secreet, werd James weer de zoon van vroeger. ‘Ze zijn daar gek op hem, Ingrid. Hij is gelukkig daar.’
Twee dagen later – donderslag bij heldere hemel – een sms’je. Help!
Ik gooide aan de kant waar ik mee bezig was.
Ze had James gevonden in de tuin, in het bonenveldje. In een slaap die leek op dood. Ze had het noodnummer gebeld en was direct beginnen te reanimeren.
Ik kreeg het ijskoud. Mocht ik zoiets voorhebben met een van mijn kinderen, dan bleef ik erin, dat wist ik zeker. Zij had het gered, James ook.
‘Drugs en drank. Hij is stabiel nu.’
‘Drugs, drank en de made,’ zei ik. Misschien niet de beste opmerking, maar ik kon het niet laten.

James’ opstanding uit de dood was een soort van keerpunt. Suzy en hij zagen elkaar steeds vaker in het natuurdomein. Hij stopte met cocaïne en xtc. Eind oktober stuurde ze via Whatsapp een foto van hem door. James op zijn werk. De James die ik me herinnerde: een schone gast, in een decor van bomen, gras en struikgewas. Een schone gast met onpeilbare ogen.
Zo blij, antwoordde ik.
Een kleine week later, een maandagavond, speelde ik een spelletje patience op de computer toen de telefoon ging. Suzy.
‘Hey,’ zei ik, ‘fantastisch mooie foto was dat, vorige week. Alles kits?’ Ik verwachtte een welgemeende ja, kreeg stilte. ‘Suzy?’ De stilte bleef duren. ‘Suzy?’ zei ik nog eens.
Het geluid aan de andere kant van de lijn deed het bloed in mijn aderen stollen. Het was iets tussen zuchten en hijgen, iets tussen vloeken en bidden, iets tussen crashen en briesen. Er volgde alweer stilte, en toen – met robotstem: ‘James is dood.’
Wat volgde voelde compleet onwerkelijk.
Nauwelijks twee uur na die foto had James zichzelf een kogel door het hoofd geschoten, bij de achterdeur van de boerderij.
Gegil, geschreeuw, politie, parket, een schouwarts, een hysterisch serpent. Daarna de stilte van de dood, de onwerkelijkheid, het schuldgevoel. ‘Weet je nog toen ik hem vond in het bonenveldje,’ zei ze. ‘Ik had hem niet mogen reanimeren. Hij zag er vredig uit toen. Gelukkig. Nu was hij helemaal kapot, na dat schot.’

Ik probeerde haar die gedachte uit het hoofd te praten. Verloren moeite, en dat begreep ik helemaal.  In haar plaats zou ik me ook niet hebben laten ompraten.

(wordt vervolgd)
(foto, genomen in het KMSKA – tentoonstelling Hans Op De Beeck)

Deel dit bericht

Reageer hier